De eerste machinerieën

From CanonBase
Revision as of 09:37, 24 April 2023 by ElenaS (talk | contribs)
(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)

Machines waren een essentieel onderdeel van de enscenering van Griekse drama's en maakten het mogelijk om van scène te veranderen. Wagens en draaimolens werden gebruikt om een dramatisch tafereel op het toneel te brengen, terwijl de draaiende "periaktoi" voor snelle veranderingen in locatie zorgde

Plan van Romeins theater met periaktoi, van Vitruvius' De Architectura


Eenekkyklêma (Q627, vanekkuklein, uitrollen) was een gewield platform of wagen die uit de centrale deur van de skene aan de achterkant van het podium rolde en een kleine scène of tableau in beeld bracht. Volgens sommige bronnen bestond er een variant waarbij de wagen draaide, om de scène het toneel op te draaien. De ekkyklêma werd gebruikt om binnenscènes in het zicht van het publiek te brengen, bijvoorbeeld moordscènes. Deze werden verbeeld in de vorm van levende afbeeldingen. Het werd voornamelijk gebruikt in tragedies om dode lichamen te onthullen, zoals het stervende lichaam van Hippolytus in de slotscène van het gelijknamige toneelstuk van Euripides, of het lijk van Eurydice gedrapeerd over het huisaltaar in Sophocles' Antigone. Andere toepassingen zijn de openbaring in Sophocles' Ajax van Ajax omringd door de schapen die hij doodde terwijl hij in in zijn waanidee dacht dat het Grieken waren. De ekkyklêma werd ook gebruikt in komedies om het tragische effect te parodiëren. Een voorbeeld hiervan is te vinden in Aristophanes' Thesmophoriazusae, waar Agathon op een ekkyklêma het toneel wordt opgereden om de komische absurditeit van de scène te versterken.

De ekkyklêma bood een belangrijk voordeel ten opzichte van het eenvoudig openen van de deuren of het gordijn in de skene om de scène te onthullen. Door de halfronde zaal van het Griekse amfitheater was het zicht op het toneel voor sommige toeschouwers vooral vanaf de zijkant, waardoor de binnenruimte achter de skene niet zichtbaar was. Door de ekkyklêma te rollen of te draaien, konden alle toeschouwers het duidelijk zien, terwijl de beweging van het mechanisme bijdroeg tot het gevoel van openbaring. In het Griekse theater was er een stricte code die verbood dat gewelddadige sterfgevallen op het toneel werden nagespeeld, dus de ekkyklêma was een geoorloofd middel om een moord of dood op het toneel te brengen, met een veel groter spektakel en een veel grotere dramatische impact dan wanneer een personage de gebeurtenissen zou melden.

Het Griekse theater bood geen totale, illusionistische toneelomgeving. Locaties wren algemeen en werden aangeduid door schilderijen op de sokkel die slechts een deel van het totale toneelbeeld vormden. Deze afbeeldingen werden pinakes genoemd en konden tussen de voorstellingen worden veranderd (zie verhaal F.01). Een andere techniek werd gebruikt om de scène tijdens de voorstelling te veranderen, indien nodig, de periaktoi (Q23827, van het Griekse woord dat 'draaiende' of 'roterende prisma's' of 'hoekige frames' betekent). Periaktoi waren driezijdige houten frames bedekt met beschilderd doek - aan elke zijde een ander tafereel. De frames waren bevestigd aan een centrale, vertical as in de toneelvloer, zodat ze konden worden gedraaid om de plaats van de scène te veranderen. Dit gaf de mogelijkheid om verschillende locaties te visualiseren, afhankelijk van de configuraties van de periaktoi.

Ontwerp van het podium met periaktoi door Joseph Furttenbach, in 'Architectura recreationis', Augsburg 1640.
IO2 A.01 05.jpg
IO2 A.01 06.jpg

We hebben geen gedetailleerde gegevens over de plaats en het mechanisme van de periaktoi, maar sommige reconstructies van Griekse theaters suggereren minstens twee grotere periaktoi bij de openingen bovenop het logneion poskenion aan weerszijden van de centrale opening van de skene. Deze periaktoi bevonden zich binnenin de skene en werden hoogstwaarschijnlijk handmatig gedraaid. Marcus Vitruvius Pollio vernoemde de periaktoi in zijn tiendelige De Architectura (Q466) rond 13 v.C. In het 5de boek richtte hij zich op de Griekse en Romeinse theaterarchitectuur, waar bij de driehoekige prisma's uitlegde. In Vitruvius' plattegrond voor het Romeinse theater zien we een set van zes periaktoi die in een v-formatie bovenop het proskenium zijn geplaatst in plaats van in het gebouw zelf. Het is echter onduidelijk of deze met de hand werden gedraaid of door een in elkaar grijpend mechansime van tandwielen en kettingen. de Griekse grammaticus Julius Pollux uit de 2de eeuw beschrijft de periaktoi in zijn woordenboek De Onomatican dat in 1502 werd herdrukt. samen met de eerste geïllustreerde versie van De Architectura, gepubliceerd in 1511, kan dit de reden zijn waarom de periaktoi en vele andere theatermachines uit de Oudheid tijdens de Renaissance nieuw leven werd ingeblazen. De theaters van de Renaissance maakten zeker gebruik van periaktoi, die met touwen of kettingen aan elkaar vastwaten zodat ze tegelijkertijd konden worden rondgedraaid, wat het gewenste gevoel van magische transformatie gaf.

De Griekse theaters uit de Oudheid maakten gebruik van rol-en draaimechanismen. Het vernuft van deze apparaten en de flexibiliteit die zij boden om snel van scène te veranderen, hebben ervoor gezorgd dat zij sindsdien een groot deel van de geschiedenis van het theater in gebruik zijn. Het mechanische principe van de periaktoi is ook terug te vinden in moderne Trivision-billboards, waarmee tot drie verschillende boodschappen kunnen worden weergegeven: een moderne toepassing van een oud apparaat.

Wikidata